Intuïtieve kinderen hebben vaak droombeelden, beelden die voorbij de dagelijkse werkelijkheid gaan. In mijn begeleiding van kinderen werk ik veel met droombeelden die kinderen krijgen op het moment dat ik (als therapeut) met ze werk Zo vinden kinderen creatieve oplossingen voor bijvoorbeeld enge droombeelden ‘s nachts en kunnen zij de andere werkelijkheid waar zij contact mee hebben, integreren in hun dagelijkse ‘aardse’bestaan.
Kleurrijke analogieën
Droombeelden zijn beelden die voorbij de driedimensionale werkelijkheid gaan, dus voorbij onze dagelijkse zichtbare werkelijkheid. Voor wie zich vasthoudt aan de waarneembare werkelijkheid zijn dromen, of het nu dag- of nachtdromen zijn, fantasie: verzonnen beelden zonder relatie met de werkelijkheid.
Een meer respectvolle manier om met droombeelden om te gaan, is ze te benaderen als analogieën: het beeldende vermogen van de rechterhersenhelft reikt ons kleurrijke beelden aan om op een ander niveau inzicht te krijgen in onze dagelijkse werkelijkheid. Carl Gustaf Jung heeft op dit gebied baanbrekend werk gedaan dat nog steeds actueel is. Om een voorbeeld te geven van een analogie. Ik heb in mijn leven vele, vele dromen gehad over het rijden in de auto. Soms zat ik achter het stuur in mijn eigen auto, soms in mijn vader’s auto. Soms zat ik achterin en probeerde ik vanaf de achterbank de auto te besturen. Soms kon ik alleen de tweede versnelling vinden. Soms reed iemand anders terwijl ik wist dat ik de auto zou moeten besturen. Toen ik een week gevast had, droomde ik over een blinkende schone wagen die half boven de gracht hing. Altijd weer stond de auto voor mijn lichaam en de droom gaf informatie over de mate waarin ik het stuur van mijn leven zelf in handen had. Zo zijn dromen vaak komische verwijzingen naar ons dagelijks leven.
Als ik met kinderen werk, ervaar ik dat ze beelden krijgen die gaan over andere realiteiten. Het zijn beelden die kinderen hebben vanuit hun intuïtie en zintuiglijke gevoeligheid. Jef Crab spreekt over beelden die ontstaan vanuit het gevoelsaspect van ons wezen.
Wij denken veelal dat de werkelijkheid die wij met onze ogen waarnemen, de enige objectief bestaande realiteit is. Maar het lichtspectrum dat wij waarnemen is maar 1 promille (1/1000) van het bestaande lichtspectrum. Tussen het gebied waarin we horen en dat waarin we zien liggen hele gebieden die we niet zonder technische hulpmiddelen kunnen waarnemen. Geavanceerde apparatuur toont aan, dat deze gebieden geenszins blanco zijn, maar een pulserend veld van frequenties vormen. Door training kunnen we ons waarnemingsvermogen vergroten. Veel kinderen nemen intuïtief al waar binnen een groter lichtspectrum dan de meeste volwassenen.
Droomtaal en fantasie
De taal van dromen lijkt weliswaar sterk op fantasie, maar verschilt daar toch wezenlijk van. Beelden uit dromen of spontane visualisaties zijn verbonden met de ziel, terwijl fantasie in verband staat met mentale activiteit en het denken.
Hoe kan ik nu onderscheiden of een kind fantaseert of dat het om ‘ziele’beelden gaat? Soms krijg ik dezelfde innerlijke beelden als de kinderen waarnemen. Bijna altijd voel ik vanuit mijn innerlijk weten zuiver aan of het beeld dat een kind beschrijft ‘klopt.’ Ik kan het kind daarin volkomen serieus nemen en volgen. Ik geniet immens van de precisie, helderheid en objectiviteit waarmee het een beeld beschrijft, zie bijvoorbeeld Ruben in het eerste voorbeeld. Ik sta er altijd weer verbaasd over hoe dichtbij deze beelden voor kinderen zijn. Omdat ik deze beelden kan plaatsen binnen een ruimere werkelijkheid, kan ik ze helpen tot oplossingen te komen van nachtmerries en andere angstbeelden.
Soms begrijpen ouders of leerkrachten de beelden niet die kinderen vertellen. Als je open vragen stelt, kan het kind zelf vaak meer over de beelden vertellen en leer je als volwassene van het kind. Een kind komt pas werkelijk in de problemen als het ontkend wordt in zijn beeldend vermogen of als dit wordt afgedaan als fantasie of verzinsels.
Uiteindelijk is het niet belangrijk of een ouder of leerkracht een droombeeld als analogie benadert of als werkelijkheid. Fantasie ligt voor een kind heel dicht bij zijn te wensen werkelijkheid.
Als een kind met vertrouwen en respect benaderd wordt, durft het te vertrouwen op zijn innerlijke beeldenstroom. Dan zet het werken met beelden een bijzonder creatief proces van problemen oplossen in gang. Jef Crab oppert dat dit soort beelden het kind in zijn innerlijke ethiek en psychisch evenwicht versterken.
Hier volgen twee voorbeelden: het eerste van een jongen die nachtmerries heeft en het tweede van een meisje dat tijdens mijn begeleiding droombeelden ervaart.
Ruben
Ruben (11) komt bij mij. Hij heeft enge dromen en daar wil hij graag van af.
Ik ga aan het werk om Ruben te aarden en vraag hem een zon onder zijn voeten te visualiseren. Hij ziet een prachtige gele zon, maar zijn voeten zijn nog koud. Ik vraag hem goed op zijn knieën te letten, want ik merk dat met name kinderen hun knieën nogal eens strak zetten en dan voelen zij hun lichaam niet als ik met ze aan het werk ben. Hij zegt dat hij vooral strakke handen heeft. En inderdaad, hij heeft strakke, gebalde vuisten. Zijn handen beginnen onwillekeurig te bewegen als hij de zon onder zijn voeten voelt en ik vertel hem dat zo de spanning eruit gaat. Hij zegt: “Ja, nog even. Zo, nu komt er een roodbruine energie uit en…….nu is het klaar.” (De roodbruine energie is een soort poging van hem om zichzelf te aarden met zijn handen in plaats van met zijn benen. Dat geeft eerder spanning i.p.v. dat het hem werkelijk aardt).
Dan komt de zon door zijn voeten en trekt door zijn knieën zijn buik in en verder omhoog tot boven zijn kruin. Ik vraag hem om zich op zijn buik te concentreren en de energie die van de zon onder zijn voeten stroomt, onder zijn navel te verzamelen. Hij ziet een grote rode bal die langzaam geel wordt en zo breed wordt als zijn heupen. Dan vraag ik hem te denken aan de eerste droom die in hem opkomt. Hij vertelt als volgt: “Ik loop in een arena. Er zijn meerde mensen die mij achterna lopen en die mij willen pakken. Ik ben bang.”
Ik zeg hem dat wij die droom nu gaan veranderen. Ik vraag hem om zich in de droom zijn gele bal te herinneren. Hij ziet de bal in zichzelf en zegt: “Nu straal ik een hele gele gloed uit en ik ben niet meer bang.” Ik vraag hem wat de mensen doen. “Die stoppen en gaan weg, want zij zijn nu bang voor mij.” Ik vraag vervolgens om te kijken waarom ze hem achterna zaten. Ruben zegt: “Zij wilden mijn energie pikken.” Ik stel hem voor om deze mensen (geesten zijn het eigenlijk die op het moment dat hij slaapt en kwetsbaar is, zijn energie komen afnemen) telepathisch te vertellen hoe zij zelf aan licht kunnen komen. Ruben vertelt dat zij naar een boom kunnen gaan of zelf een zon onder hun voeten kunnen zetten. We kijken nog even naar zijn gele bal, ik vraag hem deze met zijn hart te verbinden en opeens zegt Ruben: “Nu is hij zo groot als mijzelf en hij zit helemaal om mij heen. Nu kan er geen slechte energie meer naar mij toe, want die energie ketst af.” Ruben noemt het Kracht. Onderstaand figuur, een tekening van Leonardo da Vinci laat zien wat Ruben waarnam.
In de volgende droom komt een vampier voor, die Ruben in zijn nek bijt .Ruben bloedt en is heel erg bang. Als Ruben zich in deze droom zijn energiebal herinnert, is hij gelijk niet meer bang. De vampier durft hem niet meer aan te vallen en ook hier vertelt Ruben de vampier wat hij moet doen om zichzelf te helpen. Ruben is helemaal opgelucht en zegt heel beslist: “Nu ben ik niet bang meer in mijn dromen, want ik heb nu de Kracht en ik weet hoe ik hem moet gebruiken.”
In deze twee voorbeelden ontmoet Ruben in zijn dromen astrale wezens. Wij kennen ze als fantasiewezens uit verhalen over geesten en vampiers. Maar op een bepaalde manier bestaan ze werkelijk: ze onttrekken energie aan Ruben omdat zijzelf in een soort tussenwereld leven waarin zij energie van anderen nodig hebben om zichzelf in stand te houden. Ruben is in staat om deze astrale wezens het licht te wijzen (de energie die ze nodig hebben om zichzelf te helpen). Dan hoeven ze geen kinderen meer lastig te vallen.
Roos en haar eenhoorn
Roos komt met haar moeder bij mij. Roos is zeven jaar en wil sinds een paar weken liever dood. We praten even voor we aan het werk gaan en Roos vertelt heel verlegen dat zij als begeleider een eenhoorn heeft. Ik antwoord dat ik dol ben op eenhoorns omdat het zulke prachtige lieve en wijze dieren zijn.
We gaan aan het werk. Ook met Roos begin ik de zon onder haar voeten te visualiseren om haar te aarden. De zon onder de voeten brengt kinderen vaak ook in contact met hun droombeelden. Roos begint te wiegen op haar voeten en op een gegeven moment valt zij. Ik vang haar voorzichtig op. Wanneer zij valt, kan zij ook dieper in haar bewustzijn ‘vallen.’ Roos komt terecht op een planeet waar lichtwezens en eenhoorns zijn. De eenhoorns zijn volkomen gelijkwaardig aan de lichtwezens. Het is een planeet ver buiten dit universum. Als Roos vertelt dat ze daar thuiskomt, vraag ik haar wat zij voelt. Roos zegt simpel: “Ik ben weer blij.” Als ze zo een tijdje rondgewandeld heeft op deze planeet vraag ik haar waarom zij naar de aarde is gekomen. Roos fluistert met een verlegen stem de bijna komische zin: “Ik wou iets anders proberen.” Als ik vraag wat haar talenten zijn die ze op de aarde komt brengen, antwoordt Roos: “Verhalen vertellen.” Op een gegeven moment, stel ik Roos voor om als ze eraan toe is, de reis naar de aarde opnieuw te maken. Maar dat ze nu de lichtenergie van haar planeet meeneemt naar de aarde. Ik vraag haar of ze opnieuw geboren wil worden of dat ze de lichtenergie zo integreert. Roos antwoordt dat ze opnieuw geboren wil worden. Dit doen wij dus. Roos gaat opnieuw de buik van haar moeder in tot zij geboren wil worden. Zij heeft nu het licht bij zich en alles gaat veel fijner. De geboorte gaat makkelijk, haar vader en moeder zijn heel blij en zij groeit door tot zij weer de Roos van nu is. Dan zie ik zo’n tien eenhoorns om haar heen staan, die haar een healing geven. Roos durft eindelijk te ontspannen en als ik vraag hoe zij zich nu voelt, zegt ze: “Ik voel me vrij.”
Zo komt Roos weer terug naar het hier en nu en haar moeder vertelt dat zij een schrift heeft waar ze heel graag verhaaltjes in schrijft.
Twee maanden later komt Roos weer bij mij en wij gaan weer aan het werk met de zon onder haar voeten. Roos voelt zichzelf de aarde ingaan en komt terecht in een grot waar allemaal kristallen zijn. Ik vraag haar wat de kristallen haar te zeggen hebben. Zij zegt: ‘Dat ik mij mijn eigen kristal weer herinner’. Zij ziet haar kristal in zichzelf op zonnevlecht hoogte: helemaal blauw en met heel veel mooie vlakjes. Ze is klaar in de grot en stijgt weer naar boven. Als ik haar vraag waar ze is, zegt ze prompt: ‘In de hemel. God is daar en de engelen. Ze zijn allemaal blij en vieren feest’. Ik vraag haar waarom. Ze zegt: ‘Omdat ik er al heel lang niet meer geweest ben’.
Vervolgens gaan wij aan het werk met haar kamer. Zij slaapt niet graag in haar eigen kamer omdat de energie daar niet fijn is. Als Roos gaat voelen, zegt ze: “Er is energie van slechte mensen.” Ik vraag haar of zij iets van haar kunnen leren, of dat ze het ergens anders moeten halen. Roos zegt beslist: “Ergens anders” en vertelt hen weg te gaan en wijst hen naar het licht. Met het kristal in haar, is het een makkie om haar kamer te reinigen.
Ze kunnen het zelf.
Zo te werken is voor mij intens genieten van de manier waarop kinderen ‘droombeelden’ tot hun beschikking hebben. Vaak ben ik zeer ontroerd over de manier waarop zij inzicht hebben in wat er gebeurt en zelf tot oplossingen komen. Op zo’n moment zie ik dat kinderen met een beetje steun prima toegerust blijken om hun leven aan te kunnen.
Apart kader:
De zeven dimensies
De eerste dimensie is het rijk van de mineralen. Ook stenen hebben bewustzijn. In de geometrie is de eerste dimensie de punt.
De tweede dimensie staat voor het plantenrijk. Bij planten is veel onderzoek gedaan naar hun bewustzijn en de invloed van bijvoorbeeld klassieke muziek op hun groei. In de geometrie is de tweede dimensie een lijn.
De derde dimensie staat voor het dierenrijk en voor mensen het niveau van de vijf tastbare zintuigen: proeven, horen, zien, ruiken en voelen. In de geometrie is een kubus of ruimte waar je in verblijft, driedimensionaal: hoogte, breedte en lengte.
De vierde dimensie staat voor de astrale wereld, wezens zonder fysiek lichaam. In de vierde dimensie valt de factor tijd weg. Het helen van nare gebeurtenissen in het verleden, verandert het verleden, het heden en de toekomst. Einstein was de eerste die met zijn relativiteitstheorie tijd als vierde dimensie benoemde.
De vijfde dimensie is de dimensie van gedachtemanifestatie. In de vijfde dimensie vallen tijd en ruimte weg en wat je met je (hogere) denken creëert, wordt onmiddellijk gemanifesteerd. Liefde is een belangrijk aspect van de vijfde dimensie en ons hart is de toegangspoort naar bewustzijn van de hogere dimensies.
De zesde dimensie is een dimensie van schepping en van hogere technologie, waar energiesystemen die geen energie verbruiken, heel gewoon zijn.
De zevende dimensie is een dimensie waar pure scheppingsenergie is. In het boek Genesis van de bijbel wordt dit verwoord met. ‘In den beginne was God en het woord was’. Uit niets iets creëren.
Verder lezen:
Bentov, Isaac, ‘Fysica van de metafysica’, Petiet, Tiel, 1998.
Bosman, Saskia, ‘Zo binnen, zo buiten’, Stichting Milieubewustzijn, 2001.
Crab, Jef, ‘Eeuwige lente’,
Jung, C.G.,’Herinneringen, dromen en gedachten’, Lemniscaat, Rotterdam, 1985.
Klijnstra, Rudi, ‘Andere dimensies, voorbij tijd en ruimte’, Petiet Tiel, 1998.
Melchizedek, Drunvalo, ‘De geometrie van de schepping II’, Meta Vision, Baarn, 2001.
Milanovich, Norma J. en S.D.McCune, ‘Het licht zal je bevrijden’, Petiet, Tiel, 1999.
Relevante websites:www.healingarts.nl
www.milieubewustzijn.nl
www.spiritofmaat.com
Nieuwsbrief


